Student Mandate
Student Mandate staat voor duidelijk, eerlijk en studentgericht onderwijs. Wij willen dat studenten beter worden gehoord en dat afspraken binnen de UvA ook echt worden nagekomen. Onderwijs moet voorspelbaar en toegankelijk zijn: informatie over vakken, literatuur, toetsing, deadlines en cijfers moet op tijd en duidelijk beschikbaar zijn.
Wij zetten ons in voor meer transparantie, betere communicatie en sterkere inspraak van studenten. Studenten moeten niet afhankelijk zijn van toeval, mondigheid of losse uitzonderingen om serieus genomen te worden. Wanneer regels bestaan, moeten die ook worden nageleefd.
Met Student Mandate kiezen studenten voor een partij die praktisch, kritisch en resultaatgericht werkt. Geen loze woorden, maar concrete inzet voor beter onderwijs, duidelijke processen en een universiteit die studenten centraal stelt.
Klik hieronder op een stelling om de uitleg van de partij te bekijken.
De Studentenraad en Ondernemingsraad moeten het laatste woord hebben in alle beleidsbeslissingen.
Oneens
De studentenraad en ondernemingsraad moeten vroeg, serieus en aantoonbaar worden betrokken bij beleidsbeslissingen. Zij moeten invloed kunnen uitoefenen voordat besluiten feitelijk al vaststaan. Het laatste woord in alle beleidsbeslissingen past echter niet bij hun rol. Voor sommige besluiten ligt de eindverantwoordelijkheid bij bestuurders, mede omdat daar juridische, financiële en organisatorische afwegingen bij horen waarvoor medezeggenschap niet altijd de volledige expertise of verantwoordelijkheid draagt. Sterke inspraak: ja. Een algemeen vetorecht op alle besluiten: nee.
De UvA moet meer onderzoekssamenwerkingen en financieringspartnerschappen met bedrijven uit de private sector aangaan.
Neutraal
Samenwerking met bedrijven uit de private sector kan waardevol zijn voor onderzoek, innovatie en maatschappelijke toepassing. Tegelijk mag financiering nooit de academische onafhankelijkheid, wetenschappelijke integriteit of onderwijsinhoud beïnvloeden. De UvA moet daarom niet simpelweg méér private samenwerkingen aangaan, maar vooral betere en transparanter getoetste samenwerkingen. Per samenwerking moet duidelijk zijn wie financiert, welke belangen spelen, welke voorwaarden gelden en hoe onafhankelijk onderzoek wordt beschermd.
Het inschakelen van de politie is een gepaste reactie wanneer protesten het onderwijs of de toegang tot voorzieningen verstoren.
Neutraal
Demonstreren is een grondrecht en moet aan de universiteit worden beschermd. De politie inschakelen mag daarom nooit lichtvaardig gebeuren en moet pas aan de orde zijn als overleg, waarschuwingen en de-escalatie onvoldoende werken. Tegelijk moeten onderwijs, veiligheid en toegang tot voorzieningen doorgaan. Wanneer protesten die toegang ernstig blokkeren of de veiligheid in gevaar brengen, kan ingrijpen noodzakelijk en gepast zijn. Vrij protest verdient bescherming, maar studenten en medewerkers moeten ook veilig kunnen studeren, werken en gebruikmaken van de universiteit.
De universiteit zou bij werving en selectie van medewerkers actief voorrang moeten geven aan diversiteitsdoelen, ook wanneer dit betekent dat er wordt afgeweken van een puur op verdienste gebaseerde selectie.
Eens
De universiteit moet streven naar een diverse medewerkerspopulatie die de samenleving beter weerspiegelt. Dat vraagt om actief beleid, eerlijke werving en het wegnemen van drempels in selectieprocedures. Tegelijk moet kwaliteit leidend blijven. Diversiteitsdoelen mogen niet betekenen dat geschiktheid, deskundigheid en ervaring minder belangrijk worden. De juiste aanpak is daarom niet selectie loslaten, maar zorgen dat selectieprocedures eerlijker, breder en minder uitsluitend worden ingericht.
Het Bindend Studieadvies (BSA) moet worden afgeschaft.
Oneens
Het BSA hoeft niet te worden afgeschaft. Het kan een nuttige graadmeter zijn om tijdig te zien of een student op de juiste plek zit en voldoende voortgang boekt. Wel moet de norm redelijk blijven en moet er altijd oog zijn voor persoonlijke omstandigheden, begeleiding en maatwerk. Een lage en haalbare grens, zoals 24 EC, is verdedigbaar zolang het BSA niet wordt gebruikt als harde afrekencultuur, maar als onderdeel van goede studiebegeleiding.
Studenten die een honoursprogramma willen volgen, zouden toegelaten moeten worden op basis van academische prestaties, en niet op basis van enkel motivatie.
Eens
Honoursprogramma’s mogen toegankelijker en minder gesloten worden ingericht, zodat gemotiveerde studenten een eerlijke kans krijgen. Tegelijk hoort toelating niet uitsluitend op motivatie te rusten. Een honoursprogramma vraagt extra inzet en academisch niveau. Daarom moeten prestaties, studievoortgang en geschiktheid zwaar meewegen, naast motivatie. Zo blijft de kwaliteit van het programma gewaarborgd, zonder dat toelating onnodig beperkt of elitair wordt.
Meer dan de helft van het eten dat op de campus verkocht wordt moet plantaardig zijn.
Oneens
Plantaardige opties zijn belangrijk en moeten goed beschikbaar, betaalbaar en aantrekkelijk zijn. Tegelijk moet het aanbod op de campus divers blijven, zodat studenten met verschillende voorkeuren, diëten, allergieën en culturele of religieuze eetgewoonten iets passends kunnen vinden. De universiteit moet duurzame keuzes stimuleren, maar niet voorschrijven dat meer dan de helft van al het verkochte eten plantaardig moet zijn. Keuzevrijheid en een breed aanbod voor iedereen staan voorop.
Bezettingen moeten beschouwd worden als een legitiem protestmiddel aan de universiteit.
Neutraal
Het recht om te demonstreren is een fundamenteel recht en moet aan de universiteit worden beschermd. Studenten en medewerkers moeten ruimte hebben om kritisch, zichtbaar en stevig protest te voeren. Bezettingen zijn echter niet automatisch een legitiem protestmiddel. Zodra veiligheid, toegankelijkheid van onderwijs, werkplekken of eigendommen in gevaar komen, moet de universiteit kunnen ingrijpen. Wij steunen krachtig en vreedzaam protest, maar vinden dat veiligheid en toegang tot de universiteit altijd gewaarborgd moeten blijven.
Toelating tot opleidingen met een beperkte capaciteit moet gebaseerd zijn op loting in plaats van op selectieprocedures.
Eens
Bij opleidingen met beperkte capaciteit moet toelating zo eerlijk en toegankelijk mogelijk zijn. Selectieprocedures kunnen studenten bevoordelen die beter voorbereid zijn, meer begeleiding krijgen of het systeem beter kennen. Loting geeft iedere geschikte kandidaat een gelijke kans en voorkomt dat toelating te veel afhangt van achtergrond, netwerk of voorbereiding. Wel moet vooraf duidelijk zijn dat kandidaten aan de noodzakelijke toelatingseisen voldoen. Daarna is loting een eerlijker uitgangspunt dan een selectieprocedure die ongelijkheid kan versterken.
De UvA moet onderzoekssamenwerking met, en financiering vanuit, de veiligheids- en weerbaarheidssector volledig uitsluiten.
Oneens
Een volledige uitsluiting van samenwerking met de veiligheids- en weerbaarheidssector gaat te ver. De UvA moet per samenwerking kritisch toetsen of deze verenigbaar is met academische vrijheid, mensenrechten, wetenschappelijke integriteit en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Samenwerking met bijvoorbeeld Defensie, politie, RIVM of andere publieke instellingen kan legitiem en maatschappelijk relevant zijn. Wel moet de universiteit duidelijke grenzen stellen: geen samenwerking die bijdraagt aan mensenrechtenschendingen, onrechtmatige surveillance, discriminatie of andere schadelijke toepassingen.
De UvA moet zich krachtig verzetten tegen pogingen van de overheid om het aantal internationale studenten te beperken.
Eens
Internationale studenten zijn waardevol voor de UvA en voor de academische gemeenschap. Zij brengen kennis, perspectieven en diversiteit mee en versterken het internationale karakter van de universiteit. De UvA moet zich daarom verzetten tegen generieke beperkingen die internationale studenten vooral als probleem behandelen. Tegelijk moeten groei en internationalisering verantwoord blijven: huisvesting, onderwijskwaliteit, begeleiding en taalbeleid moeten goed geregeld zijn. Beperkingen mogen niet ten koste gaan van toegankelijk en internationaal onderwijs.
Opleidingen moeten door een onafhankelijke commissie getoetst worden op de diversiteit van academische en ideologische perspectieven in hun curriculum.
Oneens
Diversiteit aan academische perspectieven is belangrijk, ook binnen het curriculum. Studenten moeten leren omgaan met verschillende visies, benaderingen en argumenten. Een aparte onafhankelijke commissie die opleidingen toetst op ideologische perspectieven vinden wij echter niet nodig. Zeker bij opleidingen zoals rechten hoort inhoudelijke kwaliteit, wetenschappelijke vrijheid en vakinhoudelijke deskundigheid voorop te staan. Curriculumontwikkeling moet kritisch en open gebeuren, maar niet via een extra toetslaag die snel politiek of bureaucratisch kan worden.
Het College van Bestuur van de universiteit moet via een open verkiezing door studenten en medewerkers gekozen worden.
Oneens
Wij vinden dat studenten en medewerkers veel meer invloed moeten hebben op de koers van de universiteit. Het College van Bestuur moet transparant, controleerbaar en aanspreekbaar zijn. Een open verkiezing is daarvoor echter niet automatisch de beste oplossing. Universitair bestuur vraagt om inhoudelijke deskundigheid, bestuurlijke ervaring en verantwoordelijkheid voor complexe juridische, financiële en organisatorische besluiten. Wij kiezen daarom liever voor sterkere medezeggenschap, betere verantwoording en echte inspraak bij benoemingen dan voor een verkiezingsmodel dat vooral populariteit kan belonen.
De UvA moet voorrang geven aan het aanbieden van vaste contracten aan Junior Docenten (D4's), zelfs als dit minder financiële ruimte laat voor salarisverhogingen van senior docenten.
Eens
De UvA moet serieus investeren in vaste contracten voor junior docenten. Structureel onderwijs hoort niet te draaien op tijdelijke onzekerheid. Tegelijk moet dit zorgvuldig gebeuren: de universiteit mag niet zoveel financiële ruimte verschuiven dat ervaren senior docenten vertrekken of minder worden gewaardeerd. Goed onderwijs vraagt om continuïteit én expertise. Daarom steunen wij meer vaste contracten voor junior docenten, zolang dit onderdeel is van een evenwichtig personeelsbeleid waarin ook de kwaliteit, begeleiding en ervaring van senior docenten behouden blijven.
De universiteit moet studentvoorzieningen (zoals studieadviseurs en psychologen) aanzienlijk uitbreiden, zelfs als dit ten koste gaat van uitgaven aan onderwijs.
Eens
Mentale gezondheid, studiebegeleiding en toegankelijke ondersteuning zijn essentieel voor goed onderwijs. Studenten kunnen niet optimaal studeren als zij te lang moeten wachten op hulp van een studieadviseur of psycholoog. De UvA moet studentvoorzieningen daarom serieus uitbreiden. Tegelijk mag dit niet leiden tot uitholling van de kwaliteit van onderwijs. De juiste keuze is een evenwichtige investering: betere ondersteuning voor studenten én behoud van goed onderwijs, omdat beide voorwaarden zijn voor studiesucces
De universiteit moet ervoor zorgen dat een groter deel van het curriculum (van alle opleidingen) gericht is op loopbaanvoorbereiding, zelfs als dit ten koste gaat van de tijd die aan academische vakken besteed wordt.
Oneens
ALF laat binnen de rechtenfaculteit zien dat loopbaanvoorbereiding een plek kan hebben in het curriculum. Tegelijk moet die plek niet te groot worden. Bij rechten is juist voldoende academische en juridische verdieping nodig: dogmatiek, rechtswetenschappelijke analyse, bronnenonderzoek en inhoudelijke vakken mogen niet worden verdrongen. Loopbaanvoorbereiding is waardevol, maar moet ondersteunend blijven aan de opleiding. Daarom zijn wij niet voor méér curriculumtijd voor loopbaanvoorbereiding als dat ten koste gaat van academische vakken. Bij ALF mag de balans juist kritischer worden bekeken.
Elke bacheloropleiding moet zowel in het Nederlands als in het Engels aangeboden worden.
Oneens
Tweetalig onderwijs kan waardevol zijn en de toegankelijkheid voor verschillende groepen studenten vergroten. Toch is het op dit moment niet realistisch om elke bacheloropleiding volledig in zowel het Nederlands als het Engels aan te bieden. Daarvoor zijn onvoldoende capaciteit, docenten, roosterruimte en financiële middelen beschikbaar. De UvA moet zorgvuldig kijken waar Engelstalig of Nederlandstalig aanbod nodig en haalbaar is, zonder dat de kwaliteit van onderwijs onder druk komt te staan.
De universiteit moet voorrang geven aan het uitbreiden van studieplekken boven investeringen in extra bezinningsruimtes.
Neutraal
Studieplekken zijn voor veel studenten een dagelijks knelpunt en verdienen daarom prioriteit. Tegelijk moeten bezinningsruimtes niet worden weggezet als overbodig. In elk gebouw moet een duidelijke, toegankelijke en goed vindbare bezinningsruimte beschikbaar zijn voor studenten die daar behoefte aan hebben. Als die basis op orde is, ligt de nadruk wat ons betreft op het uitbreiden van voldoende rustige, bruikbare en toegankelijke studieplekken.
De universiteit beschikt over onvoldoende goed toegankelijke genderneutrale toiletten en moet meer bestaande toiletten in genderneutrale toiletten veranderen.
Eens
Iedere student moet veilig en comfortabel gebruik kunnen maken van toiletten op de universiteit. Daarom moet elk gebouw ten minste één goed vindbaar, toegankelijk en duidelijk aangegeven genderneutraal toilet hebben. Tegelijk moet de universiteit zorgvuldig omgaan met bestaande voorzieningen en de behoeften van alle studenten. Het doel moet zijn: voldoende keuze, duidelijke informatie en praktische toegankelijkheid in elk gebouw.